Wij gebruiken cookies om uw bezoek aan onze website aangenamer en gebruiksvriendelijker te maken. Door onze website te bezoeken, aanvaardt u onze cookies. U kunt op elk moment en wanneer u dat wenst de instellingen voor cookies wijzigen.
› Meer weten over cookies › Aanvaarden

 Persbericht

Global Wealth Report van Allianz

Global Wealth Report d’Allianz

Brussel, 21 september 2016.

De goede jaren zijn voorbij

  • Opvallende vertraging van de vermogensaangroei in 2015
  • Azië (excl. Japan) de enige dynamische regio
  • Huishoudens in geïndustrialiseerde landen nog steeds wantrouwig tegenover nieuwe schuld – ondanks lage rentevoeten
  • België is nummer 5 in de wereld wat netto financieel vermogen per capita betreft
  • Wereldwijde ongelijkheid neemt af, maar in veel geïndustrialiseerde landen zijn het vooral de happy few aan de top die er nog op vooruit gaan

Allianz bracht vandaag de zevende editie van zijn Global Wealth Report uit, waarin het vermogen en de schuld van huishoudens in meer dan 50 landen onder de loep worden genomen. Uit de bevindingen van het rapport blijkt dat de goede jaren tot het verleden behoren: het wereldwijde financieel vermogen groeide in 2015 aan met 4,9 procent, slechts licht boven het economische groeipercentage. Tijdens de drie jaar voordien groeide het financieel vermogen tweemaal zo snel aan, met een gemiddelde van 9 procent. “De ontwikkeling van het financieel vermogen bereikte een kritiek moment”, aldus Michael Heise, Hoofdeconoom bij Allianz. “Het is duidelijk dat het extreme monetair beleid zijn impact verliest op de prijzen van activa. Bijgevolg valt een belangrijke motor voor vermogensaangroei weg. Tegelijk zetten de rentevoeten hun meedogenloze neergang voort, diep tot in negatief territorium. Voor spaarders zijn de vooruitzichten niet rooskleurig.”

Groeivertraging voor financiële vermogens in industriële landen

Het is beslist geen toeval dat de groeivertraging het hardst voelbaar is in Europa, de VS en Japan. In West-Europa (3,2 procent) en de VS (2,4 procent) kwam die groei in 2015 meer dan tweemaal lager uit. Aan de andere kant van het spectrum staat Azië (excl. Japan), waar de financiële vermogens nog aangroeiden met 14,8 procent. De voorsprong van deze regio ten opzichte van de rest van de wereld wordt alleen maar groter. Dit geldt ook voor de twee andere opkomende regio’s van de wereld, Latijns-Amerika en Oost-Europa, waar de gemiddelde groei slechts de helft bedraagt van die in Azië. De dagen dat deze regio’s gelijke tred konden houden met hun Aziatische tegenhangers liggen ver achter ons. Van het totale wereldwijde vermogen van 155 triljard EUR vertegenwoordigde de regio Azië (excl. Japan) 18,5 procent in 2015; dit betekent niet alleen dat het vermogensaandeel in handen van deze regio meer dan verdrievoudigde sinds 2000, maar ook dat de regio nu de eurozone (14,2 procent) ruimschoots overtreft.

Enorme regionale verschillen in schuldaangroei

Met 4,5 procent groeiden de schulden van huishoudens in 2015 met hetzelfde tempo als in 2014. Over het algemeen genomen, kwam de schuld van huishoudens uit op 38,6 triljard EUR aan het einde van het jaar, een goed kwart hoger dan de waarde voor de uitbraak van de grote financiële crisis. De ontwikkelingen verschilden aanzienlijk van regio tot regio: In Azië (excl. Japan) trok de schuldgroei aan en in bepaalde landen zoals Zuid-Korea of Maleisië evolueerden de schuldratio’s, d.w.z. de schuld van de huishoudens gemeten als percentage van de nominale economische productie, naar niveaus die vergelijkbaar zijn met de VS, Ierland of Spanje op het hoogtepunt van de huizenboom. In Latijns-Amerika en Oost-Europa daarentegen daalde de schuldgroei aanzienlijk als gevolg van de crisis die de belangrijkste economieën in deze regio’s treft.

In Noord-Amerika en West-Europa werd nauwelijks verandering vastgesteld. De schuld bleef er met een gematigd tempo groeien, met voor het zesde jaar op rij een achterstand ten opzichte van de groei in de economische productie. Algemeen beschouwd, betekent dit dat de huishoudens – vooral in de ontwikkelde landen – nog steeds erg behoedzaam staan tegenover lenen. In veel West-Europese landen ging de schuld er verder op achteruit in 2015. “Slechts zeer weinig huishoudens laten zich blijkbaar overtuigen door de uiterst lage intrestvoeten om hun consumptie te onderbouwen met krediet”, zo licht Michael Heise toe. “De meerderheid van de huishoudens handelen op een economisch zeer gevoelige manier en hebben daarbij lak aan de intenties van de centrale bankiers die de vraag proberen op te krikken met agressieve renteverlagingen. Door de excessen van de financiële crisis beschouwen huishoudens schuldafbouw als belangrijker.”

Terwijl financiële vermogens en schuld synchroon groeiden in 2015, stegen ook de netto financiële vermogens, d.w.z. het verschil tussen bruto financiële vermogens en schuld, met nagenoeg hetzelfde tempo: ze stegen met 5,1 procent ten opzichte van vorig jaar, maar bleven duidelijk onder de ontwikkeling van de drie voorgaande jaren toen de groei nog boven de 10 procent uitkwam.

In België groeide het bruto financieel vermogen met 3,9 procent en lag dus licht boven het Europese gemiddelde. De groei werd voornamelijk gedreven door beleggingen (6,1 procent), die niet alleen profiteerden van waardestijgingen, maar ook van toegenomen kapitaalinstromen. Aan de andere kant vielen bankdeposito’s, evenals verzekerings- en pensioenfondsen, aanzienlijk terug tot een stijging van respectievelijk 2,5 procent en 1,9 procent. Ook de schuldzijde van de balans groeide met 3,9 procent – tweemaal zo snel als het gemiddelde van de regio. Met 22.850 EUR ligt de schuld per capita in België vandaag hoger dan in Duitsland (20.300 EUR) of Italië (15.360 EUR), maar merkelijk lager dan die van de koplopers Zwitserland (90.220 EUR), Denemarken (63.820 EUR) en Noorwegen (62.650 EUR).

België is nummer 5 in de wereld wat netto financieel vermogen per capita betreft

Met een gemiddelde van 85.030 EUR konden de Belgische huishoudens hun vijfde plaats behouden in het wereldwijde klassement van netto financieel vermogen per capita van vorig jaar, dankzij hun relatief lage schuldgraad in vergelijking met de andere landen die de lijst van de rijkste huishoudens wereldwijd aanvoeren. Van de leden van de eurozone is België het enige land dat in de Top 5 staat. In bruto cijfers komt het “slechts” op de 11e plaats. Naast de traditionele koplopers Zwitserland en de VS, wordt de lijst vandaag de dag aangevoerd door de Scandinavische en Aziatische landen. Op basis van de bruto financiële vermogens is er slechts één land van de eurozone dat nog steeds in de Top 10 staat: Nederland. Dit is geen toeval. Nederland heeft een van de beste pensioensystemen wereldwijd, met een vooraanstaande rol van bedrijfspensioenregelingen, die bijdragen tot een systematische vermogensopbouw bij de bredere bevolking.

Belgische huishoudens presteren veeleer pover

Uit een vergelijking van het reële rendement van vermogens in de eurozone tijdens de afgelopen vier jaar blijkt dat de prestatie van de Belgische huishoudens niet echt uitzonderlijk was. Terwijl België een reëel rendement op vermogen behaalde van 2,9 procent, situeren deze rendementen zich in bepaalde landen, waaronder Italië en Spanje, ruim boven de 4 procent. Ook Franse huishoudens deden het beter met een rendement van 3,6 procent. Toch is België verre van de rode lantaarn: Oostenrijk hinkte achterop met een reëel rendement van slechts 1,0 procent. Duitsland kan evenmin overtuigende resultaten voorleggen met een reëel rendement van 2,3 procent. Deze ondermaatse prestatie is toe te schrijven aan het behoedzame spaargedrag van deze huishoudens: de afgelopen vier jaar parkeerden Duitse en Oostenrijkse huishoudens om en bij de 40 procent van hun financieel vermogen bij banken. Wanneer een extreem monetair beleid de prijzen van activa opdrijft en de rentevoeten terugdringt tot onder nul, dan loont het duidelijk om minder geld bij de banken onder te brengen en meer te beleggen op de kapitaalmarkten. “In tijden van extreem monetair beleid met negatieve rentevoeten moeten mensen hun spaargedrag bijsturen”, aldus Michael Heise. “Oude zekerheden zijn niet langer van toepassing. Zogenaamd veilige activa zoals Duitse staatsobligaties zijn niet langer “veilig” in die zin dat ze de opbouw van vermogen ondermijnen. Zogenaamd risicovolle beleggingen daarentegen bieden uitzicht op rendement op lange termijn.”

Vermogen wereldwijd beter verdeeld

De analyse van de vermogensverdeling toont een gemengd beeld. Het succesverhaal van de opkomende markten hielp meer en meer mensen om deel te nemen aan de algemene vooruitgang van welvaart en creëerde een nieuwe wereldwijde middenklasse; parallel met deze ontwikkeling viel het armoedeniveau in de wereld de afgelopen decennia significant terug. Hoewel de overgrote meerderheid van de vijf miljard mensen in de landen die opgenomen zijn in onze analyse nog steeds tot de lage vermogensklasse behoren1, daalt het aandeel licht: vandaag behoort 69 procent van de totale bevolking tot deze vermogensklasse (tegenover 80 procent in 2000). De laatste jaren maakten steeds meer mensen, bijna 600 miljoen in totaal, de overstap naar de middenklasse. Bijgevolg groeide de wereldwijde middenklasse aanzienlijk aan: de laatste jaren is het aantal mensen in de middenklasse meer dan verdubbeld tot meer dan een miljard; het aandeel van de totale bevolking is gestegen van 10 procent tot ongeveer 20 procent. Het aandeel van het wereldwijde vermogen in handen van deze vermogensklasse werd eveneens aanzienlijk groter en steeg tot een goede 18 procent eind 2015, wat bijna driemaal hoger is dan het percentage bij de aanvang van het millennium. De wereldwijde middenklasse is dus niet alleen groter geworden qua ‘ledenaantal’, ze wordt ook in toenemende mate rijker.

Hoewel er in de traditionele geavanceerde economieën nu wereldwijd minder huishoudens zijn die tot de hoge vermogensklasse behoren, is ook deze vermogensklasse de afgelopen jaren gegroeid: eind 2015 behoorden ongeveer 540 miljoen mensen wereldwijd tot de hoge vermogensklasse, een goede 100 miljoen of 25 procent meer dan in 2000. Dit betekent ook dat de hoge vermogensklasse veel diverser is dan in het verleden, toen ze min of meer een club was die uitsluitend toegankelijk was voor Europese, Amerikaanse en Japanse huishoudens: deze regio’s en landen vertegenwoordigen nu 66 procent van de groep als geheel, tegenover 90 procent in het verleden. Het aandeel van het wereldwijde financieel vermogen dat kan toegewezen worden aan deze vermogensklasse is eveneens teruggevallen. Deze ontwikkeling weerspiegelt een bredere verdeling van rijkdom, althans op wereldschaal. “De opkomst van een werkelijk wereldwijde middenklasse in zo’n korte tijdspanne is een van de belangrijkste ontwikkelingen voor de wereldeconomie. Tot nu toe werd dit proces voornamelijk getrokken door China. Als in de toekomst meer drukbevolkte landen zoals India erin slagen om hun potentieel te benutten, dan kan er ook in de nabije toekomst sprake zijn van een succesverhaal”, meent Michael Heise.

1 Zoals in voorgaande jaren worden in het Global Wealth Report van Allianz vermogensbezitters onderverdeeld in drie mondiale vermogensklassen. De mondiale vermogensmiddenklasse omvat alle personen met een nettovermogen tussen 7.000 en 42.000 euro.

VIn veel industriële landen verliest de middenklasse aan belang

In nationaal opzicht wordt er nog een andere verhaallijn zichtbaar, in het bijzonder in de geïndustrialiseerde landen. Om de nationale rijkdomverdeling in kaart te brengen, onderzoekt het Global Wealth Report van dit jaar het aandeel in het totale vermogen dat in handen is van de middenklasse en in het bijzonder hoe dit aandeel door de jaren heen geëvolueerd is. Er kan geen uniform patroon worden vastgesteld. In ongeveer een derde van de geanalyseerde landen krimpt de middenklasse. Het verhaal is er een van een afbrokkelende middenklasse, die steeds minder deelneemt aan de totale rijkdom. Opvallend is dat deze trend voornamelijk van toepassing op de traditionele geïndustrialiseerde landen (de VS, Japan, het VK) en de door de eurocrisis zwaar getroffen landen zoals Ierland, Griekenland of Italië. In ongeveer de helft van de landen in de analyse is het aandeel van rijkdom die toegewezen kan worden aan de middenklasse dan weer gegroeid: de middenklasse wint terrein en tegelijk is rijkdom minder geconcentreerd aan de top, d.w.z. dat de rijkdom gaandeweg gelijkmatiger verdeeld wordt. Vooral in opkomende markten zoals Turkije, Thailand of Brazilië houdt deze ontwikkeling ook verband met de stijging van het aantal mensen dat tot de middenklasse behoort – omdat ze de opstap maakten vanuit de lage vermogensklasse. Enigszins verrassend is dat ook België tot deze categorie van landen behoort. Het is moeilijk om duidelijke redenen aan te geven voor deze positieve ontwikkeling, aangezien de dynamiek van vermogen en schuld vrij gemiddeld was de voorbije jaren. Zou het almaar groeiende leger van EU-bureaucraten de verklaring zijn? In een vijfde van de landen tot slot, is er nauwelijks verandering gekomen in de status van de middenklasse. De conclusie is dus gemengd: Er zijn zeker geen tekenen van een algemene erosie of inkrimping van de middenklasse als een wereldwijd fenomeen, maar in veel industriële landen is dit het geval.

De top van de rijkdompiramide is steeds verder verwijderd van het gemiddelde

Zelfs in landen waar de middenklasse niet krimpt, is er echter geen duidelijk antwoord op de vraag naar de verdeling van rijkdom zoals blijkt uit voorbeelden als Frankrijk, Zwitserland of de eurozone als geheel: Van de drie vermogensklassen groeit alleen de middenklasse. De hoge vermogensklasse kromp zowel qua aandeel in de bevolking als aandeel in het netto financieel vermogen. Dit is echter niet van toepassing op één specifieke groep binnen de hoge vermogensklasse, namelijk de rijkste 10% van de bevolking. Het aandeel van deze groep in de totale rijkdom stijgt ononderbroken. Samengevat: meer mensen nemen deel aan de gemiddelde rijkdom, terwijl tegelijk de top van de rijkdompiramide zich steeds verder verwijdert van het gemiddelde (en tegelijk steeds kleiner wordt). Uiteindelijk is deze beschrijving ook van toepassing op de situatie wereldwijd. “De kwestie van de verdeling is complexer dan hoe de pakkende slogans over toenemende ongelijkheid het willen laten lijken”, aldus Michael Heise. “Beleidsmakers zouden ook moeten nuanceren in de manier waarop ze omgaan met problemen over de verdeling. Dit betekent echter niet dat er geen acute nood is om actie te ondernemen in bepaalde landen – in het bijzonder de traditionele ontwikkelde landen. Het einde van een beleid van negatieve rentevoeten zou ongetwijfeld een goed begin zijn.”

Top 20 in 2015 per…

Top 20 in 2015

U kunt de studie terugvinden op onze homepage: https://www.allianz.com/economic-research/en/ in de rubriek Publicaties/Specials.

Een interactieve wereldkaart van vermogens en schulden van huishoudens is te vinden op: https://www.allianz.com/en/economic_research

Neem voor meer informatie alstublieft contact op met:

Prof. Lorenz Weimann
Tél. +49.69.24431-3737

Noot voor de redactie

Over Allianz

Allianz is een wereldleider in verzekeringen en financiële dienstverlening, met een aanwezigheid in meer dan 70 landen en meer dan 142.000 medewerkers in dienst van ruim 85 miljoen klanten. In de Benelux biedt Allianz, via verzekeringsmakelaars, een brede waaier aan verzekeringsproducten en -diensten voor particulieren, zelfstandigen, KMO’s en grote ondernemingen. Allianz bedient in België meer dan 1.000.000 klanten, heeft ruim 1.000 medewerkers en 2,4 miljard euro brutopremies.

Waarschuwing in verband met toekomstgerichte verklaringen

De verklaringen in deze publicatie kunnen vooruitzichten, toekomstverwachtingen en andere toekomstgerichte inzichten betreffen die gebaseerd zijn op de huidige visie en veronderstellingen van het management en kunnen gekende en ongekende risico’s en onzekerheden inhouden. De werkelijke resultaten, prestaties of gebeurtenissen kunnen wezenlijk verschillen van degene die uitgedrukt of geïmpliceerd worden in dergelijke toekomstgerichte verklaringen. Dergelijke afwijkingen kunnen het gevolg zijn van, zonder dat deze opsomming volledig is, (i) veranderingen in de algemene economische toestand en concurrentiesituatie, in het bijzonder in de kernactiviteit en op de kernmarkten van de Allianz Groep, (ii) de prestatie van de financiële markt (in het bijzonder marktvolatiliteit, liquiditeit en kredietgebeurtenissen) (iii) frequentie en ernst van verzekerde schadegevallen, waaronder natuurrampen, en de ontwikkeling van schadekosten, (iv) sterfte- en ziektecijfers en -trends, (v) het verval in portefeuilles, (vi) in het bijzonder in de banksector, het aantal wanbetalingen, (vii) renteniveaus, , (viii) valutakoersen, waaronder de euro/US dollar wisselkoers, (ix) veranderingen in wet- en regelgeving, waaronder belastingwetgeving, (x) de impact van acquisities, inclusief ermee gepaard gaande integratieproblemen en reorganisatiemaatregelen en (xi) algemene concurrentiegebonden factoren, in elk geval op lokaal, regionaal, nationaal en/of wereldwijd niveau. Veel van deze factoren kunnen zich vaker of sterker voordoen als gevolg van terroristische activiteiten en hun gevolgen. Geen actualiseringsplicht

Perscontact

Naam:

Paul Möller

Telefoon:

+31 (0)88 577 11 06

E-mailadres:

paul.moller@allianz.nl