Wij gebruiken cookies om uw bezoek aan onze website aangenamer en gebruiksvriendelijker te maken. Door onze website te bezoeken, aanvaardt u onze cookies. U kunt op elk moment en wanneer u dat wenst de instellingen voor cookies wijzigen.
› Meer weten over cookies › Aanvaarden

FAQ pensioen

Meest gestelde vragen

  • Bestaat de pensioenbonus nog?
  • Hoe wordt pensioensparen belast?
  • Je pensioenplan afkopen omdat je dringend geld nodig hebt?
  • Waarom is een IPT zo interessant voor een zelfstandige?
  • Wie betaalt de premies voor je VAPZ?
  • Wat met de wettelijke pensioenleeftijd?

Afschaffing van de pensioenbonus.

In 2007 werd de pensioenbonus ingevoerd om mensen langer aan het werk te houden. In 2014 volgde een herziening van de berekeningswijze en de voorwaarden. Ook werden de systemen voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren gelijkgeschakeld.

Met ingang van 2015 werd het systeem afgeschaft door de Regering. Als je echter al een pensioenbonus genoot vóór 1 januari 2015, dan blijft dit voordeel voor jou behouden.

De pensioenbonus is afgeschaft sinds 1 januari 2015. Wie voordien al de pensioenbonus genoot, blijft dit voordeel echter behouden.

De Regering heeft de fiscaliteit van het pensioensparen aangepast.

Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen pensioenspaarcontracten die al bestonden op
31 december 2014 en andere pensioenspaarcontracten.

Pensioenspaarcontracten die al bestonden op 31 december 2014

Gedurende vijf jaar wordt er 1% van de reserve (op 31 december 2014) afgehouden en doorgestort naar de fiscus. Op 60 jaar betaal je de taks op het langetermijnsparen. Die bedraagt dan nog 8% (op de reserve in het contract op je 60ste), verminderd met de al ingehouden bedragen.

Overlijd je vóór je 60ste, dan betalen je nabestaanden ook 8% belastingen.

Ben je pas na je 55ste met pensioensparen begonnen, dan betaal je 8% belastingen op de tiende verjaardag van het contract. Stel, je bent met pensioensparen gestart op je 57ste. Dan betaal je dus 8% belastingen op de reserve in het contract op je 67ste.

Andere pensioenspaarcontracten

Je betaalt 8% belastingen (‘taks op het langetermijnsparen’) op de reserve in het contract op je 60ste verjaardag.

Overlijd je vóór je 60ste, dan betalen je nabestaanden ook 8% belastingen.

Ben je pas na je 55ste met pensioensparen begonnen, dan betaal je 8% belastingen op de tiende verjaardag van het contract. Stel, je bent met pensioensparen gestart op je 57ste. Dan betaal je dus 8% belastingen op de reserve in het contract op je 67ste.

De Regering heeft de fiscaliteit van het pensioensparen aangepast.

Als zelfstandige kan je op verschillende manieren sparen voor een aanvullend pensioen.

Je kan een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) of een traditioneel pensioensparen afsluiten. Werk je met een vennootschap, dan is ook een individuele pensioentoezegging (IPT) een interessante oplossing. Zelf voor een aanvullend pensioen zorgen is immers meer dan nodig, als je na je pensionering je levensstandaard wil behouden.

Feit is dat je via een pensioenplan pas op lange termijn spaart. Als je om een of andere reden op vrij korte termijn geld nodig hebt, dan overwegen sommige mensen om hun pensioenplan af te kopen. Dit is niet altijd mogelijk en is, als het dan toch zou kunnen, vaak geen goed idee. De fiscus straft zo’n afkoop immers af met een tarief van 33%.
We zetten een en ander op een rijtje:

  • Pensioensparen: afkoop is mogelijk als de polisvoorwaarden dit toelaten, maar je betaalt 33% belastingen!
  • VAPZ en IPT: afkoop is ten vroegste mogelijk vanaf 60 jaar en als de polisvoorwaarden dit toelaten.

Voorschot

Stel, je overweegt de aankoop van vastgoed, maar beschikt over onvoldoende eigen spaargeld om dit te financieren. Een afkoop is, zoals hierboven beschreven, geen goede piste. Je kan dan wel een voorschot op je pensioenplan vragen. Dit is mogelijk als het gaat om een vastgoedverrichting (aankoop, bouw of verbouwing) binnen de Europese Economische Ruimte. Zo kan je een bepaald gedeelte van de reserve in je contract als voorschot opvragen. Je kan het opgevraagde bedrag later terugbetalen. Doe je dit niet, dan wordt deze som uiteraard afgetrokken van het uitbetaalde kapitaal op het einde van je contract.

Inpandgave

Ook een inpandgave van je pensioenplan aan de kredietverstrekker is een mogelijkheid.

Je pensioenplan afkopen is vaak geen goed idee. Het is ook onmogelijk in bepaalde gevallen.

Ben je zelfstandige, dan zorg je maar beter zelf voor een aanvullend pensioen.

Een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) of pensioensparen zijn interessante mogelijkheden. Maar als je met een vennootschap werkt, dan is een individuele pensioentoezegging (IPT) een zeer voordelige oplossing. Wij leggen je uit waarom.

  • De vennootschap sluit de IPT af. Die betaalt dus ook de premies, terwijl jij de begunstigde bent.
  • De vennootschap kan de premies integraal aftrekken als beroepskost en betaalt dan minder vennootschapsbelasting, op voorwaarde dat de 80%-regel gerespecteerd wordt.
  • Je kan eventueel een backservice doen. Dit betekent dat je ook de nog niet benutte fiscale ruimte uit het verleden kunt opvullen. Zo kan je tot tien jaar teruggaan, ook voor jaren waarin je zelfs nog geen zelfstandige was.
  • Zelfs als je vennootschap failliet zou gaan, blijft je investering beschermd.
  • Je kan eventueel aanvullende waarborgen onderschrijven, zoals een overlijdensdekking of een waarborg arbeidsongeschiktheid.
  • Je kan een gedeelte van de reserve van je IPT opvragen als voorschot om vastgoed te kopen, bouwen of te verbouwen binnen de Europese Economische Ruimte (EER).

Bij een IPT betaalt je vennootschap de premies.

Dit hangt ervan af of je een vennootschap hebt of niet

Een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen of VAPZ is een zeer interessante oplossing voor zelfstandigen om te sparen voor een aanvullend pensioen. Je bouwt niet alleen een pensioenkapitaal op, maar betaalt tevens minder sociale bijdragen en minder belastingen.

Om dat aanvullend pensioen bijeen te sparen, stort je bijdragen, ook wel premies genoemd. Je kan ervoor kiezen om de premie persoonlijk te betalen. Werk je via een vennootschap, dan kan je ook je vennootschap de premies van je VAPZ laten betalen. De premie wordt dan wel belast als voordeel van alle aard.

Ben je een zelfstandige met een vennootschap, dan kan je die vennootschap de premies van je VAPZ laten betalen.

De wettelijke pensioenleeftijd stijgt van 65 jaar naar 66 in 2025 en naar 67 in 2030.

Dit betekent echter niet dat iedereen effectief tot zijn of haar 67ste zal moeten werken. In de tabel hieronder kan je per kalenderjaar de exacte loopbaanvoorwaarden en minimumleeftijd aflezen om vervroegd met pensioen te kunnen gaan.

Kalenderjaar Minimumleeftijd Minimumloopbaan Uitzonderingen
2015 61 jaar en
6 maanden
40 loopbaanjaren 60 jaar en 41 loopbaanjaren
2016 62 jaar 40 loopbaanjaren 60 jaar en 42 loopbaanjaren
of 61 jaar en 41 loopbaanjaren
2017 62 jaar en
6 maanden
41 loopbaanjaren 60 jaar en 43 loopbaanjaren
of 61 jaar en 42 loopbaanjaren
2018 63 jaar 41 loopbaanjaren 60 jaar en 43 loopbaanjaren
of 61 jaar en 42 loopbaanjaren
2019 63 jaar 42 loopbaanjaren 60 jaar en 44 loopbaanjaren
of 61 jaar en 43 loopbaanjaren

Concreet betekent dit dus dat je vanaf 2019 pas op 63 jaar vervroegd met pensioen kan, op voorwaarde dat je een loopbaan van minstens 42 jaar achter de rug hebt.

Er wordt in bepaalde overgangsmaatregelen voorzien voor mensen die vrij dicht bij hun pensioen stonden of een zwaar beroep uitoefenen. Ook voor lange loopbanen zijn nog uitzonderingen mogelijk. Die vind je in de rechterkolom van de tabel.

Vanaf 2019 kan je ten vroegste op pensioen op je 63ste, op voorwaarde dat je een loopbaan van minstens 42 jaar achter de rug hebt.