Wij gebruiken cookies om uw bezoek aan onze website aangenamer en gebruiksvriendelijker te maken. Door onze website te bezoeken, aanvaardt u onze cookies. U kunt op elk moment en wanneer u dat wenst de instellingen voor cookies wijzigen.
› Meer weten over cookies › Aanvaarden

 Persbericht

Global Wealth Report van Allianz

Global Wealth Report d’Allianz

Brussel, 29 september 2015

Financieel vermogen blijft fors groeien

  • Mondiaal netto financieel vermogen doorbreekt de grens van 100 biljoen euro
  • China haalt Japan in
  • Mondiale vermogensmiddenklasse telt voor het eerst meer dan 1 miljard mensen
  • België is nummer 4 in de wereld wat netto financieel vermogen per capita betreft
  • Lagerentebeleid leidt tot inkomensherverdeling in de eurolanden
  • Gini-coëfficiënt wijst niet op een ongelijke verdeling van de rijkdom in België

Allianz bracht vandaag de zesde editie van zijn Global Wealth Report uit, waarin het vermogen en de schuld van particuliere huishoudens in meer dan 50 landen onder de loep worden genomen. Op basis van de bevindingen van het rapport werden vorig jaar voor het eerst in de geschiedenis drie mijlpalen in de ontwikkeling van het financiële vermogen bereikt: Het mondiale netto financiële vermogen van particuliere huishoudens doorbrak de grens van 100 biljoen euro, China's particuliere financiële vermogen haalde dat van Japan in, en het aantal mensen wereldwijd die in de vermogensmiddenklasse vallen, overschreed de grens van 1 miljard. In detail:

Een toename van het financieel vermogen

Het mondiale bruto financiële vermogen van particuliere huishoudens groeide in 2014 met 7,1 procent. De sterke stijging die we de afgelopen jaren hebben gezien, zette zich dus voort, zij het in een iets trager tempo. De groei komt in toenemende mate voort uit het feit dat de huishoudens hun spaarinspanningen opdrijven. Daarnaast hadden de aandelenmarkten in Azië en Amerika nog steeds de wind in de zeilen. Hierdoor steeg het totale mondiale bruto financiële vermogen naar een nieuw recordniveau van 136 biljoen euro – hoger dan de waarde van alle beursgenoteerde ondernemingen ter wereld en alle staatsschulden. "Veel waarnemers zullen deze cijfers interpreteren als bewijs voor het zogenoemde spaaroverschot", aldus Michael Heise, hoofdeconoom bij Allianz. "Dat is echter een verkeerde kijk. Tegen de achtergrond van de lage rente sparen te veel huishoudens nog steeds niet genoeg voor de oude dag. Beleidsmakers moeten niet proberen om mensen minder te doen sparen, maar moeten nieuwe manieren en stimulansen vinden om de vraag naar kapitaal te stimuleren. Er is geen gebrek aan investeringsmogelijkheden. De uitdagingen die voor ons liggen zijn immers enorm: klimaatverandering, armoede en migratie, digitale revolutie en verouderde infrastructuur, om er maar een paar te noemen."

De mondiale schuld van de particuliere huishoudens steeg vorig jaar met 4,3 procent – trager dan het financiële vermogen dus – tot een totaalbedrag van 35 biljoen euro. Hiermee bereikte de groei van de mondiale schuld het hoogste niveau sinds het uitbreken van de financiële crisis. Als we de schuld aftrekken van het bruto financiële vermogen, komen we bij een nieuw recordcijfer voor het netto financiële vermogen van meer dan 100 biljoen euro eind 2014, een stijging van 8,1 procent op 1 jaar tijd.

Verschillen naargelang de regio

Net als in voorgaande jaren verschilt de groei van het financiële vermogen sterk van regio tot regio. De ongeëvenaarde groeikampioen blijft Azië (exclusief Japan), dat zijn netto financiële vermogen in 2014 met 18,2 procent zag stijgen. De belangrijkste drijvende kracht achter deze trend was de sterke (en soms niet duurzame) stijging van het effectenvermogen, met name in China. In de twee andere opkomende regio's van de wereld, Latijns-Amerika en Oost-Europa, viel de groei veel bescheidener uit: het financiële vermogen steeg met 4,2 procent in Latijns-Amerika en met 8,6 procent in Oost-Europa. Positief, althans vanuit Europees perspectief, is dat de groei in de eurozone in 2014 voor het eerst sinds de financiële crisis hoger lag dan in Noord-Amerika. De sterke groei van 6,2 procent (versus 5,3 procent in Noord-Amerika) was grotendeels te danken aan een strikte "schulddiscipline". In veel landen werd de particuliere schuld ook in 2014 verder afgebouwd.

De permanente hoge groei in Azië heeft ook haar sporen nagelaten op de mondiale vermogenskaart, waar de wegingen verder verschoven. De regio Azië (exclusief Japan) was in 2014 goed voor een dikke 16 procent van het mondiale financiële vermogen (zowel bruto als netto). Dit is 1,4 procentpunt meer dan in 2013. Het aandeel van deze regio in het mondiale financiële vermogen is sinds 2000 meer dan verdrievoudigd. Vorig jaar werd ook een belangrijke grens overschreden in het kader van deze inhaalbeweging: eind 2014 lag China's totale bruto financiële vermogen voor het eerst hoger dan dat van Japan. "De recente groei van het financiële vermogen in Azië, met name in China, was echt heel positief", aldus Heise. "Tegen deze achtergrond is een vertraging van de groei – waarvan we momenteel getuige zijn – helemaal niet verontrustend. China's inhaalbeweging is nog lang niet voorbij. Het huidige China is een ander, veel rijker land dan vijf of tien jaar geleden. De positieve impact van de opkomst van China op de economie en de financiële markten over de hele wereld is nog steeds enorm."

Een steeds grotere vermogensmiddenklasse

Het toenemende gewicht van Azië kan ook vanuit een ander perspectief worden gezien. Vorig jaar overschreed het aantal mensen wereldwijd die in de vermogensmiddenklasse vallen voor het eerst de grens van 1 miljard. Sinds 2000 zijn bijna 600 miljoen mensen vanuit de lage vermogensklasse opgeklommen tot de vermogensmiddenklasse. Het aantal personen binnen deze groep is verdrievoudigd sinds de millenniumwisseling. Dit momentum is echter voornamelijk geconcentreerd in één regio, of liever, in slechts één land: China. Ongeveer twee derde van de mondiale vermogensmiddenklasse komt nu uit Azië – en 85 procent van hen is afkomstig uit China. Dit betekent dat de Aziatische bevolking die in de vermogensmiddenklasse valt bijna vertienvoudigd is sinds het begin van het millennium. "Deze ontwikkeling onderstreept het inclusieve karakter van vermogensgroei in een mondiale vergelijking: meer en meer mensen slagen erin om deel te nemen aan de mondiale welvaart", aldus Heise.

De Belgische situatie

In België stegen het bruto financiële vermogen en het netto financiële vermogen vorig jaar met respectievelijk 3,9 procent en 3,5 procent – wat in beide gevallen trager was dan het Europese gemiddelde. Bovendien was België in 2014 het enige Europese land (afgezien van Finland) waar de schuld sneller groeide dan het vermogen. Bijgevolg steeg ook de schuldgraad (schuld als percentage van het bbp). Sinds de financiële crisis is de schuldgraad met meer dan tien procentpunten gestegen – een uitzonderlijke ontwikkeling die in schril contrast staat met de meeste andere ontwikkelde landen. Met 61,7 procent is de schuldgraad echter nog steeds aanzienlijk lager dan het regionale gemiddelde van 76 procent.

Dit wordt ook weerspiegeld in de ranglijst van de 20 rijkste landen (financieel vermogen per inwoner, zie tabel): In nettotermen komt België op de vierde plaats (84.770 euro) – wat betekent dat het één plaats gezakt is sinds 2000. In brutotermen is het land echter vier plaatsen gezakt naar de negende plaats (107.020 euro). Deze "prestatie" zagen we ook bij andere eurolanden die eveneens sterk terugvielen, vooral in brutotermen: Duitsland zakte vier plaatsen, Frankrijk vijf en Italië zelfs elf. Aan de top deden zich geen veranderingen voor: Zwitserland en de Verenigde Staten staan sinds 2000 bovenaan in de lijst van de rijkste landen. "Dergelijke ranglijsten moeten met een korreltje zout worden genomen", aldus Heise. "De langetermijntrends zijn echter zeer belangrijk, en de boodschap is duidelijk: de eurocrisis heeft de opbouw van financieel vermogen echt geschaad, met als gevolg dat nog maar twee eurolanden in de top 10 van onze lijst staan."

De directe impact van het lagerentebeleid van de ECB op het inkomen in de vorm van verloren rente-inkomsten en lagere rentebetalingen op leningen verschilt van land tot land. Alles bij elkaar profiteerden de huishoudens in de eurozone niet weinig: in de zes jaar van 2010 tot en met 2015 bedroeg het totale "rentetariefvoordeel" 130 miljard euro (1,4 procent van het bbp) of ongeveer 400 euro per hoofd van de bevolking. De grootste winnaars zijn de Zuid-Europese landen, zoals Portugal, Griekenland of Spanje: in al deze landen bedroeg het rentetariefvoordeel meer dan 1.200 euro per hoofd van de bevolking. In Portugal en Griekenland kwam het voordeel overeen met 12 procent van het bbp, in Spanje met 6 procent. België daarentegen (samen met Duitsland en Slowakije) behoort tot de verliezers: de "rentetariefverliezen" bedragen 8,7 miljard euro (2,3 procent van het bbp) of ongeveer 782 euro per hoofd van de bevolking. Deze berekeningen houden echter geen rekening met de effecten van het monetaire beleid op andere vermogensklassen.

De Gini-coëfficiënt

Maar of nu rekening wordt gehouden met het monetaire beleid of niet, de verdeling van de rijkdom verschilt sterk van land tot land. Om te laten zien hoe de rijkdom op nationaal niveau verdeeld is, hebben we voor het eerst in dit rapport voor elk land een Gini-coëfficiënt berekend, namelijk voor het verleden (periode rond 2000) en het heden. Kijken we naar alle landen in onze analyse, dan stellen we vast dat er ruwweg evenveel landen zijn waar de Gini-coëfficiënt van de verdeling van rijkdom in de tijd "verbeterd" is (d.w.z. een gelijkere verdeling) als landen waar die coëfficiënt verslechterd is. De ontwikkelde landen van de wereld laten echter een ander beeld zien: in de meeste van deze landen is de ongelijkheid in de verdeling van de rijkdom de afgelopen jaren toegenomen (in sommige gevallen zelfs aanzienlijk). Dit geldt met name voor de VS: in geen enkel ander land was de toename van de ongelijkheid tijdens de onderzochte periode meer uitgesproken. De Verenigde Staten heeft dan ook de hoogste Gini-coëfficiënt (80,6). De waarde voor België is 58,7 – aanzienlijk lager dan het gemiddelde voor ontwikkelde landen (64,6). Bovendien is de verdeling van de rijkdom in België de afgelopen tien jaar ten goede veranderd. "De situatie in de VS is duidelijk zorgwekkend", aldus Heise. "Onze berekeningen geven echter aan dat de ontwikkelingen in de andere landen niet zo dramatisch zijn geweest. Zoals gebruikelijk vormt de VS eerder de uitzondering dan de regel onder de markteconomieën. Dit gaat vaak verloren in onze debatten als gevolg van de dominantie van Angelsaksische economen, die de situatie in de VS als representatief voor de rest van de wereld zien. Gelukkig is dit niet het geval."

U kan de volledige studie raadplegen via https://www.allianz.com/economic-research/en/ (Publications > Specials).

Meer informatie

Bruno Peelman, Tel. +32.472.30.40.88
Dr. Lorenz Weimann, Tel. +49.69.24431-3737

Noot voor de redactie

Over Allianz Benelux

Allianz Benelux is onderdeel van Allianz Group, de grootste schadeverzekeraar van de wereld. Via de makelaars in verzekeringen biedt Allianz in België een brede waaier producten en diensten voor particulieren, zelfstandigen, KMO’s en grote ondernemingen in verzekeringen BOAR en Leven (Voorzorg en Beleggingen). Allianz bedient meer dan 900.000 klanten in België en Luxemburg, heeft ruim 1.000 medewerkers en 2,7 miljard euro bruto premie.

Perscontact

Naam:

Bruno Peelman

Telefoon:

+32 (0)2 214 63 10

E-mailadres:

bruno.peelman@allianz.be